Posts tonen met het label harlingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label harlingen. Alle posts tonen

vrijdag 4 mei 2007

"Nou, van werken is nog nooit iemand doodgegaan" *

In de zomer van 1942 begon de deportatie van joden uit Nederland. Ook vanuit Harlingen. Harry Drost: “Op Donderdag 20 Augustus werden de Joodse burgers tussen de 16 en 60 jaar, evenals dat ook elders geschiedde, door de Duitsers weggevoerd…”. Dit betrof een groep mannen die enkele weken daarvoor in Leeuwarden medisch was gekeurd voor tewerkstelling in een joods werkkamp. Dat wegvoeren gebeurde overigens niet door de Duitsers, zoals Harry Drost veronderstelt, maar in de trein van Harlingen naar Leeuwarden werd de groep keurig begeleid door de Harlinger politie. In het rapportenboek van de Harlinger gemeentepolitie staat daarover vermeld: “6.30 uur. Zijn een 9-tal Joodsche personen, alsmede een 5-tal personen, bestemd voor het werk in Duitschland, naar Leeuwarden op transport gesteld. Met dit transport zijn belast de agenten van politie Bakker, Goslinga en Kooy. Tijdens het transport deden zich geen bijzonderheden voor”.

Bij dat transport was ook de 21 jarige Aäron Pais, hierboven rechts op de foto, die van tevoren tegen Mevr. Griet de Jong had verteld: “We moeten alleen naar een werkkamp. Nou, van werken is nog nooit iemand doodgegaan”. Een maand later werd hij vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz.

Volgens Harry Drost werden de overgebleven joden medio september hard aangepakt. ”De meeste mannen werden weggevoerd, de zaken gesloten en de inboedels eruit gesleept”. Ook NSB-ers deden een duit in het zakje. Zo schrijft Jan Norg: "`s Avonds na afloop van een bijeenkomst van de NSB in de Schouwburg, waar ze waarschijnlijk zijn opgejut tegen de joden, marcheert de horde over de Zoutsloot (nu William Boothstraat). Als ze bij de woning van de joodse familie N. Polak aan de Zoutsloot 135 zijn, schiet één van de ‘helden’ dwars door de slaapkamerramen. Op van de zenuwen ontvlucht de angstig geworden Polak de woning aan de achterzijde, op en over de schuurtjes klimmend die tussen de woningen aan het Scheffersplein en de Zoutsloot staan, vlucht hij in de richting van de Oosterkeetstraat".
Bron: http://home.hetnet.nl/~netuser/index.htm

Boven: De familie Pais voor hun groentewinkel omstreeks 1920, Kleine Bredeplaats 16 in Harlingen. Ik heb ook in dit huis gewoond. Aäron Pais en ik hadden dezelfde leeftijd toen we er woonden. Niemand van de familie Pais heeft de oorlog overleefd, ze zijn in kampen als Auschwitz en Sobibor omgebracht.
Onder: Zelfde plaats en familie, datum onbekend.

woensdag 7 maart 2007

B.B.

Laatst kwamen we tijdens het boodschappen doen iemand tegen, die me aan iemand anders deed denken.

Een probleempje van mij is, ik heb er moeite mee personen te herkennen als ik ze buiten hun 'normale' context tegenkom. Laat staan als er geen context is. Het heeft een volle dag geduurd voor ik wist wie mij toch steeds voor de geest stond, het bleek uiteindelijk B.B. te zijn.

Mijn moeder had het vroeger wel eens over een B.B., haar vriendje die niet Katholiek was en waarmee ze het om die reden moest uitmaken van haar ouders.

Op het water komen we regelmatig een aardige man genaamd B.B. tegen, van de juiste leeftijd en met dezelfde naam. Toen wij eens met onze schepen naast elkaar lagen en in gesprek raakten, heb ik hem gevraagd of hij mijn moeder kende. Het bleek om dezelfde B.B. te gaan.

Het werd al snel duidelijk, het gedwongen uitmaken heeft beiden toen erg veel pijn gedaan. (Niet dat ze later niet toch gelukkig zijn geworden, hoor.) Zóveel dat ze het kennelijk niet aandurven elkaar, beide inmiddels 'alleen', nog eens op te zoeken. Dat is wel begrijpelijk, maar eigenlijk ook een beetje jammer.

vrijdag 2 maart 2007

Stadsfries

In bepaalde steden en dorpen van Friesland wordt geen echt Fries gesproken, maar een mengeling tussen het Fries en het Nederlands. Lees hier (bijna) alles over het stadsfries.

In Harlingen spreekt men dus geen Fries maar Harlingers. Het Harlingers is vergelijkbaar met het stadsfries in andere steden in Friesland. Er zijn wat verschillen, een mooi voorbeeld vind ik altijd het woord 'sjanteren' wat 'zeuren' betekent. Iemand die dat gebruikt komt uit Harlingen, of heeft hier gelezen ;-)

Door mijn leraar Nederlands op de HAVO werd ik eens op een mooi verschijnsel in het stadfries gewezen dat volgens hem uniek is: het verschillend aanspreken van mannen of vrouwen.

Even een korte les Fries. 'Jo' betekent 'u', 'sto' betekent 'jij'. Dit wordt in het stadsfries respectievelijk 'jou' en 'stou'. Maar het formele beleefdheidsverschil is er dan niet meer. Het zijn eigenlijk twee varianten van hetzelfde.

Het stadsfriese 'jou' komt overeen met 'jij', het 'stou' staat zelfs nog iets verder van 'u' af. Wil je beleefd zijn dan zeg je gewoon 'u'.

Bent u er nog? Misschien wordt het in bovenstaande scriptie beter uitgelegd.
Hieronder gebruik ik als voorbeeld 'heb je' ('hèjou' en 'hestou' of kort: 'hest').

De grap is nu dat in het stadsfries, of in ieder geval in het Harlingers, eigenlijk alleen mannen/jongens onderling 'hestou' of 'hest' gebruiken en alle andere combinaties 'hèjou'. Ik krijg de indruk dat dit aan het verwateren is, een taal of dialect is tenslotte altijd in beweging. Maar het gebruik door of tegen vrouwen van 'hestou' vind ik nog steeds plat en onbeleefd klinken, ruw. Zelfs tegen/door intimi. Waarom dit zo is en hoe het is ontstaan weet ik niet. Maar interessant is het wel. Misschien schrijft iemand daar nog eens een scriptie over.

Een Harlinger winkelier sprak altijd stadsfries met zijn vrouw. Op een dag hadden ze bedacht om in geval van friestalige klanten, in de winkel Fries tegen elkaar te praten. Maar de winkelier, gewend om 'hèjou' (heb je ...) tegen zijn vrouw te zeggen, vertaalde dat in het Fries met 'hà jo'. Maar dan betekent het dus 'hebt u'! Hier moesten de klanten dan weer om lachen, het heeft even geduurd voordat ze er achter waren. Leuk, taal.

vrijdag 23 februari 2007

Misthoorn

Op het eind van de Zuiderpier in Harlingen bevindt zich de misthoorn. Als het mistig is, is het meestal ook heel erg rustig weer. Omdat wij in de binnenstad woonden, hemelsbreed nog geen kilometer van het ding af, leek het soms alsof hij bij ons op zolder stond. Toch was het niet vervelend, het hoorde erbij en gaf ook een bepaald soort rust. Als het mistig is is het net of die misthoorn nog in mijn hoofd klinkt.

Afgelopen winter ben ik eens naar Harlingen gereden, alleen om naar de misthoorn te luisteren. En er even heen te wandelen. Ik kreeg (of had) zowaar een beetje heimwee.

Als jongens hadden we geen flauw idee waar de misthoorn stond. Dus ben ik met mijn schoolvriendje op zoek gegaan. Hadden we eerst de verkeerde pier te pakken, maar die was in die tijd niet zo lang als nu. Fietsend was het goed te doen. Uiteindelijk hadden we'm te pakken. Het benaderen was spannend, niet alleen vanwege het enorme kabaal, maar er waren onvoorspelbare periodes van stilte. Je schrok je dood als hij ineens weer loeide!

De misthoorn bestaat uit een grote klankplaat met twee gaten er in voor de luchthoorn. Nieuwsgierig als we waren, vroegen we ons af hoe dat werkte. Blies hij nou, of zoog hij lucht aan. Het werd tijd voor een experiment met een poetslap die we ter plaatse vonden. Onder een lange loei gooiden we de lap voor het onderste gat, in de stellige overtuiging dat hij blies. Helaas, het onderste gat zoog de lap zo naar binnen! Een gesmoord loeien en grote schrik was ons deel. En ook wel een beetje paniek, we kregen al visioenen van gestrande schepen en politie die ons aan het begin van de pier zou opwachten om ons te arresteren.

Gelukkig konden we de poetslap uit het gat krijgen en ik denk dat niemand ooit is opgevallen dat de misthoorn wel erg lang stilbleef die ochtend. Er stond tenminste niets in de krant.

woensdag 24 januari 2007

Zeemanskind

Nu ik hier wat thuis zit, het knapt al lekker op, beleef ik niet zo heel erg veel. Gelukkig was er het gezellige ziekenbezoek. (Ik had ook wel even een andere trui aan kunnen trekken, zag ik daarnet...)

A. is ook zeemanskind, we hadden het over de impact die dat heeft op je jeugd (je hele leven eigenlijk) en de bijzondere herinneringen. Opgebeld worden door radio Scheveningen, de spaarzame vakanties met het hele gezin. Ik ben opgegroeid met olietankers en brieven uit exotische havens.

Op een dag, ik denk in 1970 of 71, gingen we met de trein naar Rotterdam. Dit was de langste reis uit mijn leven. Later natuurlijk wel langere gemaakt, maar zo staat deze in mijn geheugen. Mijn vader zou daar aankomen, ik weet niet meer op welk schip hij toen zat. Ga ik uitzoeken. Helaas werd het erg slecht weer en moest de tanker op zee wachten tot het binnen kon lopen. "Nou, dan gaan we maar weer terug", zei mijn moeder teleurgesteld, ik zie het nog voor me. Wij (ik heb twee zusjes) zagen dat helemaal niet zitten. Het bleek ook die dag niet meer te kunnen. We hebben daarop drie dagen gelogeerd in hotel "de Beer".

Ik denk dat dit drie van de mooiste dagen uit mijn jeugd zijn. In ieder geval top-tien. Wij hebben het daar ontzettend fijn gehad, er waren natuurlijk ook lotgenoten.

Midden in de nacht werden we gewekt, het schip was binnen. Slaapdronken in een taxi en met een loodsbootje over de havens gevaren. Ik herinner me slechts flarden, maar een patrijspoortje met uitzicht vlak over het rumoerige water en grote schepen in de verte, staat me nog duidelijk op het netvlies.

We sliepen verder bij mijn vader aan boord, in een hut (niet de zijne natuurlijk) met kooien met gordijntjes. Grote mannen waren daar, ze fluisterden zachtjes. Het zachte gebrom van motoren, mijn vader in de buurt. Het is niet zo vreemd dat ik een bijzondere band heb met schepen.

zondag 10 december 2006

Harlingen

Het was prachtig weer. Echt een dag om de hond even op de zeedijk bij Harlingen uit te laten. Ik zag daar allemaal mooie dingen.
UrkersMooi, maar niet netjes.

maandag 20 november 2006

Plimsollmerk *

Harlingen is de stad waar ik ben geboren en getogen. We woonden in het centrum en speelden op de havens. Ik heb er mooie herinneringen aan. Het geluid van de misthoorn, de vertreksignalen van de veerboten naar Vlieland en Terschelling. De visservloot die op donderdag (geloof ik) uitvoer. Het lawaai van de scheepswerf. De zandoverslag. En allerlei andere leuke bedrijvigheid die zo'n havenstadje met zich meebrengt.

Nu ik wat meer op het droge woon mis ik die dingen soms wel eens. Gelukkig is Harlingen, en zijn sommige Harlingers, niet erg ver weg. Niet dat ik het hier niet naar m'n zin heb, integendeel! Maar naarmate je wat ouder wordt krijg je gewoon wat meer een hang naar 'vroeger'. Gister sprak ik bij mijn goede vriendin A. onder andere weer enkele Harlingers. Het was een leuke middag. Ik moest denken aan onderstaand merk, een geheimzinnig symbool uit mijn jeugd: