De forensentrein is altijd druk, dus heb je niet echt voor het kiezen waar je gaat zitten, of wie er naast je komt zitten. Ik schuif aan bij een vriendelijk uitziende dame, die ogenblikkelijk op driftige wijze het tussenleuninkje naar beneden doet. Ik ben bang dat ik op dat moment al weet wat voor vlees ik in de kuip heb. “Goedemorgen”, zeg ik vriendelijk, ik krijg een vriendelijk knikje terug. Tot zover gaat alles goed.
Ervanuitgaand dat ze het tussenleuninkje ergens voor nodig heeft, leun ik iets de andere kant, de gangpadkant, op. “Meneer?”, vraagt ze na een paar minuten, “zou u iets op willen schuiven?”. Ik schiet in de lach, ik kan het niet helpen. “Waarheen dan?” vraag ik lachend, ik hoop dat ze een grapje maakt. “Ik meen het!”, roept ze uit. "U neemt veel te veel ruimte in!"
Nu ben ik van redelijk normaal postuur, ietwat overgewicht, of misschien best wel, maar toch niet zo dat ik er anderhalve zitplaats voor nodig heb. Volgens mij blijf ik zelfs binnen de mij toegemeten ruimte, ook nadat die verkleind werd door het leuninkje. Omdat ik niet aan het onredelijke verzoek kan voldoen en ook wel wat ervaring heb in dezen, besluit ik het er maar bij te laten. “Mevrouw, dat gaat niet”, zeg ik en doe er verder het zwijgen toe.
De rest van de reis is het een geblaas en gezucht en geduw en gedraai van jewelste. Ik heb mijn ogen dicht en probeer aan oceaanbrandingen en ruisende bossen te denken. Zelf ben ik redelijk onbeschadigd in Leeuwarden aangekomen, mevrouw waarschijnlijk iets dichter bij een hartinfarct.