Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

woensdag 6 februari 2008

Ruimtedeskundige

Met D., een toen nog piepjonge collega, had ik ooit zomaar ineens het volgende bizarre gesprek. We hadden het over zwaartekracht en hoever die reikt:

D: "Man, in de ruimte is helemaal geen zwaartekracht!"
G: "Ik dacht het wel, kijk maar naar de maan."
D: "Wat heeft die er mee te maken! Kijk jij maar naar astronauten, die zijn gewichtloos. En de maan is sowieso te ver weg."
G: "Astronauten worden net zoveel aangetrokken door de aarde als dat ze worden weggeslingerd door hun snelheid, net als de maan. Hetzelfde geldt voor hun capsule en daarom lijken ze alleen maar gewichtloos."
D: "Oh ja? Dat kan helemaal niet wat jij zegt. En waaróm zitten ze dan in een capsule?"
G: "Hoe bedoel je?"
D: "Nou, als er zwaartekracht was, was er ook lucht."
G: "Huh? In de ruimte is inderdaad geen lucht, wel zwaartekracht. Dat heeft niks met elkaar te maken."
D: "Jonge, jij snapt er niks van, wat ben jij een sukkel! Op de maan moesten ze toch ook een pak aan en daar wogen ze ook niks. Geen lucht en geen zwaartekracht. Snáp het dan!"

Ik heb het nog even geprobeerd, met tekeningen zelfs. En eb en vloed, en de zon en planeten, maar hij werd steeds bozer. In zijn hoofd waren luchtdruk en zwaartekracht onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Door de zwaartekracht is er wel luchtdruk, maar niet andersom. Aan mijn collega's had ik ook niks, ik geloof dat ze het stiekem wel met hem eens waren. Gelukkig kon hij goed programmeren, maar een 'rocket scientist' zal hij nooit worden.

dinsdag 8 januari 2008

Oranjekoek

Afgelopen weekend hadden we een afscheidsetentje bij een van onze Indische collega's. Het was erg lekker en gelukkig niet te heet. Bovendien was het erg gezellig en dat is toch het belangrijkste. Opvallend is wel dat Indiërs, tenminste degenen die ik ken, erg van zoet houden. 'Sweets', gebakjes en dergelijke, daar kun je ze midden in de nacht wel voor wakker maken, dacht ik zo.

Eén van de Indiërs had zelfs enkele oranjekoeken mee naar huis genomen toe ze op vakantie daarnaartoe ging. Zonder garnering erop uiteraard, de slagroom had ze mee in spuitbussen. Haar familie had het erg lekker gevonden. Ik vind dat wel een kostelijk idee, zo'n Indische familie daar ergens in de binnenlanden, lekker aan de oranjekoek!

donderdag 22 november 2007

Uitje

Gister hadden we een zgn. company-meeting. Ik zal er maar niet al te inhoudelijk op ingaan, maar het hield een busreis en daarna een lange brakke zit van tweeënhalf uur in. Maar dan wel onder andere met Chazia M. , Peter H. en Viggo W.. Er waren dus zéker leuke momenten. Tot slot een prima buffet en als klap op de vuurpijl vijf kwartier Bløf! Het eindigde dus allemaal weer prima. Moe maar voldaan keerden we huiswaarts. En vanochtend toch weer op tijd achter 't bureau.

maandag 19 november 2007

Griep en koorts

Ach, vergeeft u mij indien ik vandaag iets anders klink dan normaal, er is een poëtisch soort van stemming over mij gekomen. Mijn kind is vannacht ziek geworden, terwijl zij gister toch nog zo vrolijk ronddraafde op de jaarlijkse sport-en-spel instuif van de Flitsclub. En daarna het heerlijke en gezellige etentje bij Margje, met een stuk of twintig gezellige mensen, waarvan ongeveer de helft kinderen, om ons heen. Het was een mooie dag, waarop ik er ook nog in slaagde de plintjes in haar kamer aan te brengen, zodat er weer een klusje van de lange lijst afgestreept kon worden.

Ondanks het mooie weer zag ik wel aankomen dat een gezellige wandeling er dit keer, in tegenstelling tot vorige keer, waarschijnlijk niet inzat en om daar nu een hele dag om te hangen, daar was ik door het plint-gedoe wat te onrustig voor.

En toen werd mijn dochter vannacht ziek. Ik schaam mij te vertellen dat ik dit keer niet wakker ben geworden van de nachtelijke toestanden die dat met zich meebrengt. In mijn eigen verwarrende dromen drong wel iets van onrust door, het was een merkwaardig geheel. Omdat Maria verplichtingen elders heeft, besloot ik vandaag thuis te blijven en vandaaruit te werken. Maar nu krijg ik die vermaledijde laptop niet aan het netwerk, waardoor een hele ochtend al naar de filistijnen is.

dinsdag 13 november 2007

Werk, zondagmiddag...

Afgelopen weekend had ik telefoondienst. Eerst was ik vrijdagnacht al gebeld, daarna op zaterdag een paar keer, maar uiteindelijk moest ik zondag toch ter plaatse naar het ontstane probleem kijken. Ik vertel het overzichtshalve maar even heel schematisch, het wat en waarom is hier niet zo belangrijk. Werken thuis via de laptop en telefonisch overleg is uiteindelijk niet prettig. Ik had daarom op het werk afgesproken met een collega, je kunt gemakkelijker overleggen en je weet zeker dat je naar hetzelfde zit te kijken. Ze had welliswaar geen dienst, maar woont er vlakbij, is nooit te beroerd om ook even te komen en bovendien heeft ze enorm veel ervaring.

Daar zaten we dan met z’n tweeën in een verder bijna leeg kantoorgebouw. Er waren alleen nog twee mannen van de bewaking. Net als mijn collega vind ik het ook nooit zo vervelend om gebeld te worden of te moeten komen opdraven als er iets mis is. Alleen had Maria vandaag de eigengemaakte champignonnesoep net klaar, en daar had ik best trek in. Gelukkig vonden we op kantoor in een la nog een zakje bouillon. Einddatum ergens in 2004, maar niettemin toch nog goed te drinken. Het was een schamele troost vergeleken met de échte soep.

Het leuke van het op zo’n dag oplossen van problemen is dat alle formaliteiten weggevallen zijn. Natuurlijk moeten we alles wel vastleggen, maar bijvoorbeeld doordeweeks rechtstreeks bellen met een computeroperator en hem vertellen wat je wilt doen is onmogelijk, ondenkbaar zelfs. Je wilt niet weten wat voor organisatie er dan tussen zit! Eindelijk ben je weer eens in controle van het hele proces, sta je weer dicht bij de techniek. Dat is denk ik één van de redenen dat we het niet zo erg vinden om er eens een zondagmiddag te zitten.

We hebben het probleem opgelost en ik was op tijd weer thuis. Eigenlijk had ik die middag wel even willen uitwaaien op de pier in Harlingen, het was er mooi weer voor, maar je kunt niet alles hebben.

woensdag 26 september 2007

Lekkage

Het blijkt hier ineens te lekken bij mijn werkplek. Vreemd, want afgelopen zomer waren er mannen op het (platte) dak bezig alle naden opnieuw te dichten. Met tegengesteld effect kennelijk. Ik bel met het facilitair bedrijf om het probleem te melden. De reactie is net zo onverwacht als praktisch: "Heb je wel genoeg emmers?" Nee, die had ik niet. Ik had er zelfs niet eens aan gedacht er iets onder te zetten. Nu heb ik twee emmertjes, het gespat van het water klinkt erg huiselijk, moet ik zeggen.

dinsdag 18 september 2007

De Indiërs (3)

Zoals ik al eens eerder heb verteld, lopen hier sinds een tijd veel Indiërs rond die ons werk komen overnemen. Aangezien het systeem dat we beheren nogal complex is en uit een paar honderd losse, min of meer complexe, on-line- en batchprogramma's bestaat, inclusief een ingewikkelde database met 175 tabellen, gaat in de overdracht nogal wat tijd zitten. Voorlopig zijn we hier nog niet mee klaar.

Wij hebben hier dan veel te maken met U. Ach, haar naam is veel te mooi om u te onthouden, ze heet Umarani. We noemen haar Uma (Oema). Als er een plekje vrij is komt ze vaak bij ons op de kamer zitten, dat is veel handiger. Zolang het heel abstract over 'Indiërs' gaat, en helemaal als ze je werk komen overnemen, is het verleidelijk om over ze te denken als 'de vijand'. Bij wijze van spreken dan. Maar als er regelmatig een jonge vrouw van een jaar of 27, gekleed in mooi gekleurde gewaden, intelligent, gastvrij en met veel gevoel voor humor bij je op de kamer zit, is dat moeilijk vol te houden. Het is zelfs erg gezellig. Alles koek en ei dus, zou u denken.

Maar dat Engels... Nu spreken wij niet onaardig Engels, zelf heb ik ooit een jaar in Amerika gewoond en kon me er prima redden. Omdat er veel verschillende talen in India worden gesproken is hun gemeenschappelijke taal het Engels, maar dan wel Engels met een Indiaas sausje. Hun specifieke tongval maakt het voor ons soms nauwelijks te verstaan. Helemaal als U. enthousiast over Indiase of Hindu aangelegenheden (waarover later meer) vertelt is het soms niet meer te volgen. Maar goed, daar komen we dan ook altijd wel weer uit. Al met al hebben we het best wel prettig, zo met elkaar.

(De foto is van het Ganesh Chaturthi festival dat sinds afgelopen weekend gaande is.)

vrijdag 14 september 2007

Het raadsel van het verdwenen bankje

Ooit stond er een mooi wit huisje langs de spoorbaan waar ik dagelijks overheen rijd. Maar toen er naast de spoorlijn ook nog een weg werd aangelegd, moest het witte huisje kennelijk verdwijnen. Voor ons, treinforensen, gebeurde dit in een schokkende actie: tijdens een vakantie is het huisje gewoon verdwenen en restte er niets dan een grasveldje, waarop later bomen werden geplant. Het heeft ook nog een tijdje geduurd voordat we het merkten. Het is dat iedereen zich het huisje herinnerde, anders hadden we nog gedacht dat we waandenkbeelden hadden gehad.


Eenzelfde iets overkwam mij na de zomervakantie. Halverwege mijn middagwandeling placht ik even van het zonnetje (indien aanwezig) te genieten op een welgeplaatst bankje. Het bankje stond hier. De gaten waarin het bankje vastzat zijn keurig dichtgestraat, wat vandalisme enigszins uitsluit.

Aangezien de plek nog niet is opgevuld met graszoden, koester ik hoop dat het weer terugkomt...

woensdag 12 september 2007

Even lachen

We vonden wel dat'ie weer even kon. Het was al weer zo lang geleden. En deze collega had 'm nog niet meegemaakt. Tijdens zijn korte afwezigheid, waarbij hij nooit zijn PC op slot zet, snel van zijn desktop met openstaande vensters een schermprint gemaakt en deze vervolgens als achtergrond geïnstalleerd. Alle applicaties minimaliseren en klaar is Kees. En dan vervolgens wachten op de reactie. Altijd leuk!

woensdag 5 september 2007

Bloggen op het werk

Tja, natuurlijk komen we hier niet op het werk om te bloggen. Maar ja, als de test-mainframe zo geknepen wordt als hier onlangs, met als gevolg langere wachttijden die niet altijd met zinvol werk zijn op te vullen, is het wel even een leuk kort tijdverdrijf. Je leest even een klein stukje. Reageert misschien. Geeft eens antwoord aan bezoekers van je eigen blog. Van die dingen.

Maar nu zijn ook nog de meeste blogs voor mij niet meer op het werk te benaderen. Ik kan nog wel bij m'n blogger dashboard, dus een stukje typen gaat tussendoor nog wel even. Maar al het andere bloggeweld moet 's avonds, en ja, dan heb ik soms geen zin of tijd meer. Ben ik wel uitgelezen en -geschreven. Dus, dan weet u het even. Ik ben er nog wel, en ook erg geïnteresseerd in u, maar mijn bezoekfrequentie en reactietijd is nu een stuk lager dan voorheen. Vandaar.

donderdag 30 augustus 2007

De naakte vrouw

Hij zag er één, zij was er bijna één. Het deed me denken aan zowat de laatste keer dat ik onverwacht en onbedoeld een naakte vrouw zag. (Gek, hoe weinig dat voorkomt!) Ik was hier, zij was in Tampa, Florida. Ik zal u vertellen hoe dat zo kwam.

Het is denk ik ongeveer tien jaar geleden. Het internet was in opkomst, maar veel van wat nu vanzelfsprekend is was er nog niet. Geen MSN, geen USB, noem maar op. Webcams waren er al wel. Van mijn toenmalige chef mocht ik er twee aanschaffen om een pilot mee te doen, die overigens nergens opuitliep. Het was nog een heel gedoe die dingen te installeren. Maar goed, het lukte allemaal en de weken erna stond die webcam op mijn bureau.

Uiteindelijk trok dat de aandacht van een stuk of vijf collega's en op een dag wilden ze wel eens een demo van wat er dan kon. We deden het gebruikelijke verhaaltje, maar deze IT-ers wilden toch wat meer zien. Dus startten we een applicatie op, ben vergeten hoe die heette, waarin je met webcams over de hele wereld verbinding kon maken. Zo had ik al eens zitten chatten met een aardige vent in een Amerikaanse golfbaanshop, die niks te doen had. En warempel, ook nu was er een camera die open stond en waar ik verbinding mee kon krijgen.

We zagen een kamer met een half openstaande deur. Erachter scheen licht. Maar eigenlijk wisten we niet waar we nu naar stonden te kijken. We bogen ons naar voren om het beeld eens goed te bekijken. "Het lijkt wel een badkamer", opperde één. "Er beweegt ook wat", zei een ander. En inderdaad, we konden door het veranderende licht in de badkamer zien dat er iemand heen en weer liep. En zo stonden we met z'n zessen voorovergebogen te kijken, tot ze plotseling tevoorschijn kwam, poedelnaakt en bloedmooi. "Woooow", riep iedereen, en van schrik deinsden we achteruit. Dat hadden we niet zien aankomen en we voelden ons even betrapt, gluurders.

Ze verdween uit beeld. "Are you decent yet?", typte ik nog, tot grote hilariteit van de omstanders. Waarna het beeld heel snel op zwart ging, er werd duidelijk iets over de camera heengegooid. Daarna konden we alleen nog maar speculeren. We vermoedden dat haar vriendje haar stiekem vanaf zijn werk had willen bespieden, maar dat wij hem voor waren geweest. We hebben veel pret gehad met het bedenken van mogelijke eindscenario's. Helaas zijn we er nooit achter kunnen komen hoe het écht is afgelopen.

vrijdag 17 augustus 2007

Pier

Af en toe moeten we hier op het werk nog even denken aan Pier. Eén van de kleurrijkste collega's die ik ooit heb gehad. Lang, mager, eeuwige vrijgezel. Razend zuinig en met een vreselijke stotter. Maar wel flamboyant, altijd keurig in pak en met gevoel voor stijl. Geen manager die vat op 'm kreeg, hij ging zijn eigen gang. De leukste anekdotes, uit het pré mobiel- en nummerherkenningtijdperk, hier hebben hem in de hoofdrol.

Als secretaris van de vliegclub Eelde had hij zijn zakelijke telefoonnummer in het clubblad staan. Dit was voor zijn directe collega's soms erg vervelend. Op een dag zei één van hen hem voor de grap dat tijdens zijn afwezigheid iemand langs was gekomen met een vervelend bericht. Wegens een schaarste van beschikbare lijnen zou zijn nummer worden afgenomen. Een directeur had het nodig. Natuurlijk hing Pier meteen aan de lijn met betreffende persoon, die verantwoordelijk was voor de uitgifte van nummers. De schaarste was overigens niet verzonnen, we waren nodig toe aan een nieuwe centrale. Tot grote hilariteit van de aanwezigen bleek dat Pier's gesprekpartner het wel een sympathiek idee vond dat Pier zijn nummer wilde inleveren. Door zijn stotteren verliep de communicatie nogal stroef. Het heeft hem nog moeite gekost zijn nummer te houden.

Of deze:
Telefoon gaat, collega neemt op:
"Goedemorgen, met Kees" (ik noem maar een naam)
"Ja, met P P P P P..."
"Hoi Pier!", zegt de ongeduldige collega.
"Hoe weet jij dat?", zegt Pier dan weer feilloos.

Af en toe komen de verhalen weer boven. En bezoeken we even zijn, inmiddels ruim tien jaar oude, site die nog steeds bestaat. Pier zelf is begin 2005 plotseling en veel te vroeg overleden.

donderdag 28 juni 2007

Clear Desk Policy

Gister kregen we een aankondiging dat er binnenkort een Clear Desk controle plaatsvindt. Gekeken wordt dan of vertrouwelijke stukken zijn opgeruimd. Bureaus netjes leeg en kasten op slot. Mijn laptop zit meestal in het docking station en vast aan een kabel. Ik las de regels er nog eens op na en ontdekte dat de kabel prima is voor als je even van je plek bent, maar dat 's nachts de laptop in een afgesloten kast of mee naar huis moet.

Meestal ga ik op de fiets naar het station. De sleutel van mijn fietskluis zit vast aan mijn fietssleutel, samen met het sleuteltje van mijn ladenblok. De enkele keer dat ik mijn fietssleutels niet bij me heb, kan ik niet in mijn ladenblok, maar daar zit niets in wat ik dagelijks nodig heb.

Gistermiddag dan maar besloten om de laptop in een kast te doen. Omdat die al op slot was en ik een beetje haast had om de trein te halen, heb ik de laptop in mijn ladenblok gedaan en de boel goed op slot gedraaid.

Vanmorgen ben ik door Maria met de auto naar het werk gebracht, omdat ze in Leeuwarden moest zijn. Mijn fietssleutelbos bleef thuis.

donderdag 14 juni 2007

Het voortgangsgesprek

In het kader van de gesprekkencyclus op ons werk had ik het geloof ik al eens over het planningsgesprek. Het vervolg daarop is dan het voortgangsgesprek. Dat had ik gister. Gek genoeg levert het nadenken hierover stof tot meerdere blogjes, denk ik. In ieder geval blogjes in mijn hoofd. Of ik ze ook daadwerkelijk zal gaan schrijven moet u nog even afwachten. Want dan moet ik eerst nog eens nadenken over waarom ik blog en hoeveel ik weer eens van mezelf zal tonen. En of ik dat wel wil.

Voor nu even iets over het voortgangsgesprek. Het nadeel voor een techneut als ik, in een bedrijf als het mijne, is dat je bestuurd wordt door managers. Dit is een noodzakelijk kwaad, en dat bedoel ik dan aardig. Er zijn, of: wij hebben, grofweg twee soorten managers. Degenen die managen als een echt vak zien en degenen die ooit als ons waren maar die zijn 'gegroeid'. Van de laatsten heb je het meeste last, omdat ze zich nog altijd met 'het werk' willen bemoeien, ze kunnen het niet loslaten. Dat is als een scheidsrechter die af en toe zelf ook eens een schot op het doel waagt. De eersten zien managen als enig mogelijke carrière en proberen je in hun kamp te trekken. Dat is als een voetbaltrainer die de hele tijd zijn voetballers op een trainerscursus probeert te krijgen. Maar, even nuanceren, natuurlijk zijn er ook voetballers die als zodanig nooit gelukkig of succesvol waren en later uitstekende trainers of scheidsrechters werden.

Het punt is, míjn vak, waarin ik mijzelf als professional zie, wordt hier niet altijd als zodanig gewaardeerd. Het is geen 'core-bussiness'. En daarom kan het wel naar India. Daar kun je lang tegen vechten, maar het heeft geen zin. Manager wil ik nog steeds niet worden, ik ben er niet voor in de wieg gelegd, het zou voor iedereen een drama worden. Maar gelukkig zie ik wel mogelijkheden om op een andere manier met het werk, mijn werk, bezig te zijn. In een meer regisserende rol. Ik werk daar naar toe, maar zie het nog steeds niet als voortuitgang. Ik kán het niet zo zien, ik moet inleveren. Gelukkig hebben we nu eindelijk een manager die dit snapt. En had ik een heel prettig gesprek, van professional tot professional.

vrijdag 8 juni 2007

Zevenvingersysteem

Ik hielp onlangs een vriendin van mij met haar computer. Op een gegeven moment moest ik wat typen en kwam ze erachter dat ik niet blind kan typen! Viel ik daar even lelijk door de mand! Ze moest er erg om lachen (ik ook wel hoor!). Het lijkt als een zeeman die niet kan zwemmen. Ik type al zo’n 35 jaar nota bene. Dat ik niet echt blind kan typen komt omdat ik het niet met tien vingers kan, ik ben ooit zomaar wat begonnen en heb nooit les gehad. Ik weet alle toetsen feilloos te vinden hoor, daar hoef ik niet over na te denken.

Ik kan ook best snel, maak niet veel fouten. Maar ik moet kijken naar het toetsenbord, helemaal als het een ‘vreemd’ toetsenbord is, om goed te kunnen positioneren. Als het moet kán ik het wel zonder te kijken, maar dan kost het weer veel te veel tijd, omdat ik dan regelmatig ‘afdwaal’ en even moet zoeken naar de juiste plek van de toetsen. Ik moet mijn handen teveel heen en weer bewegen om te typen.

Voor mijn werk is het ook niet echt nodig. Programmeren en ander gedoe vereist meer denkvaardigheid dan typevaardigheid. Wat maakt het uit als je na twee uur analyse van een probleem slechts enkele regeltjes coding met twee vingers moet typen. Het is net als de zeeman van daarnet, als het goed is hóeft hij ook nooit te zwemmen. En wat ik net zei, als ik een lang stuk moet schrijven kan ik best snel. Helemaal als ik er niet zo mee bezig ben, dan gaat het bijna vanzelf. Dus ja, er is weinig stimulans om met tien vingers te leren typen. Ik moet dan bijna meer af- dan aanleren. En wees nu eerlijk, het maakt toch niet uit met hoeveel vingers en hoe snel ik dit stukje heb getypt?

donderdag 7 juni 2007

Een frisse blik

Het is wel eens goed om door de ogen van een ‘vreemdeling’, of ze nu uit India komt of van elders, naar je eigen land en woonomgeving te kijken. Gister hadden we een boottochtje in onze boot met 3 nl-collega’s en onze Indiase colega U. T, een vriendin van haar kon niet mee wegens drukke werkzaamheden. Zolang als je deze dames alleen op kantoor treft is er niets aan de hand, want het werk is wat we gemeenschappelijk hebben. We weten met elkaar waar we het over hebben.

Maar ga je met elkaar naar buiten, dan kom je er ineens achter hoe groot de verschillen zijn. Niet zozeer in cultuur, daar hebben we in ieder geval weinig van gemerkt, maar vooral in dingen die je ziet op straat of op het water. U. stelde veel vragen. Hoe lang het nog zou duren voordat in India het verkeer net zo ordelijk verloopt als hier. Of het wettelijk bepaald is dat er zoveel huizen op elkaar moeten lijken. We voeren over het aquaduct bij Sneek, waar de auto’s onder het water doorgaan. Dit was natuurlijk helemaal geweldig.

Op het Sneekermeer waren zeilboten. En toen kwamen we erachter dat U. nog nooit een zeilboot had gezien en het concept ervan ook niet kende. We hebben het haar uitgelegd. Ze kon zich niet voorstellen dat je je anders dan roeiend of met een motor over het water kon voortbewegen. We hebben allemaal een geweldige dag gehad en U. ging naar huis met een fototoestel vol 'vreemde' foto’s -leuk geworden trouwens- die ongetwijfeld inmiddels ergens in India met grote verbazing zijn bekeken.

zaterdag 2 juni 2007

de Indiërs (2)

Ik schreef al eerder over ze, de Indiërs die ons technische werk gaan uitvoeren. In India staat ergens een groot pand waar het meeste werk gebeurt, maar ook bij ons stappen er nu een heel stel rond om in te werken. Hoeveel precies, dat weet ik niet. Maar het zijn er toch al gauw een stuk of twintig. Met de één heb je wat meer contact dan met de ander. Wij hebben het meeste contact met U (v), die samen met T (ook v) in een pandje in Leeuwarden woont.

Nu het meeste ijs wel gebroken is ontstaat er een soort van wederzijdse nieuwsgierigheid, het worden echte collega's. Welke talen spreek je, hoe ziet dat er dan uit op schrift (grappig!). Hoe doen we dingen hier en bij jullie. Wat is dat met dat rode stipje, of soms een glittertje en hoeveel van die mooie kleedjes (de vrouwen dan) heb je wel niet meegenomen? En elkaars woordjes wat leren. Maar de voertaal blijft natuurlijk Engels.

In het weekend vervelen ze zich soms wel. Dan gaan ze winkelen en op zondag gaan ze met het openbaar vervoer op pad, U en T waren laatst naar Walibi geweest. In Leeuwarden zelf is op zondag niet zo veel te doen, dan kan je er wel een kanon op straat afschieten. Dat vond ik allemaal wel wat sneu voor ze.

Daarom gaan we volgende week op een mooie middag met z'n zessen, U en T, drie nl-collega's en ik, vroeg weg. We gooien het 'loket' dicht en gaan een eindje varen met mijn boot. Even wat over het Sneekermeer, via een mooi vaartje langs Broek en dan na afloop misschien even wat eten in 'het meer van Lenten'. U en T waren helemaal opgetogen van dit plan. De opstappers regelen de hapjes en drankjes voor onderweg, U had al allemaal ideetjes. Dat wordt vast een fijne middag.

woensdag 30 mei 2007

Ontslag?

van Webwereld:
Woensdag 30 mei 2007, 09:45 - Meer dan eenderde van de bloggers met een baan, schrijft over zijn werkgever, werkomgeving of collega's en riskeert daarmee ontslag.

Gelukkig heb ik meestal leukere dingen om over te schrijven.

dinsdag 22 mei 2007

Willie Wortel humor

Dit krijg je als je techneuten aan gebruikers laat vertellen waarom hun systeem even niet beschikbaar zal zijn:

Er is in het systeem een probleem geconstateerd, waardoor een reboot noodzakelijk is om een crasch te voorkomen.

dinsdag 8 mei 2007

Broertje

"Meneer!"
"Meneer!"
Mijn wandeling van station naar werkplek wordt ruw verstoord. Door een thuisloze die geld nodig heeft voor 'een kopje koffie', neem ik aan. Het komt regelmatig voor.

Ik kijk achterom. Hmmm, hij ziet er niet uit als iemand die net de nacht in het parkje heeft doorgebracht. Hij ziet er eigenlijk best gewoon uit. Een jongen van een jaar of twintig, met een tasje kleren. Ik twijfel nog, ook door zijn manier van praten.
"Weet u waar de Pelikaanstraat is?", vraagt hij. Hij komt bij me staan en laat een brief met het adres erop zien. Ook heeft hij uit de KPN on-line telefoongids, of misschien lokatienet.nl, een kaartje afgedrukt met de route vanaf het station in een dikke rode streep. Zodat je nauwelijks kunt zien hoe te lopen. Ik weet niet waar de Pelikaanstraat is, maar aan de hand van het kaartje kan ik het hem wel ongeveer duiden. "Als je daar bent moet je maar even verder vragen."

Langzaam lopen we samen door. Ongevraagd vertelt hij: "Mijn broertje zit daar, hij is gister opgenomen en ik moet hem nu even wat kleren brengen."
"Waar is hij dan opgenomen?" vraag ik, ik kan er niet een ziekenhuisafdeling of zo plaatsen. "In het SMO." zegt hij. Het zegt me dan nog niets, maar voor hem is het vanzelfsprekend. "Hij is een beetje afgegleden en nu moet hij daar een half jaar. Daarna helpen ze hem aan een woning en begeleiden ze hem." Ik zeg dat dat heel mooi is. Fijn voor hem.
"Hij moest een schop onder zijn kont krijgen!", vindt hij. "Maar dat mag niet meer hé?", zegt hij lachend. "Nee, ik denk het niet", zeg ik. We lachen samen.

Inmiddels zijn we bij de ingang van het kantoor aangekomen. "Oh, werkt u hier? U hebt het goed! Ik ga voortaan reclame voor u maken." We nemen afscheid. "Veel succes met je broer!", roep ik nog. Hij zwaait met zijn tas.